Skip to: Verslag werkplaats Omgaan met onbegrepen gedrag bij dementie onder thuiswonende ouderen met een migratieachtergrond

Ben Sajet Centrum website

Verslag werkplaats Omgaan met onbegrepen gedrag bij dementie onder thuiswonende ouderen met een migratieachtergrond

Op 16 mei organiseerden wij in samenwerking met Hogeschool Windesheim en Hogeschool InHolland deze werkplaats. Een acute familiecrisis vormde de casus voor de deelnemers waaraan zij hun inzichten en ervaringen konden toetsen. Voordat de casus aan bod kwam hadden Serena van de Kraaij en Geraldine Visser, onderzoekers van InHolland en hogeschool Windesheim en InHolland de nieuwe verpleegkundige methodiek OOG uitgelegd. Deze methodiek, speciaal voor deze doelgroep, ontwikkelden zij vanuit het project ‘Op Weg’ samen met o.a. verpleegkundigen en mantelzorgers. Waarom is dat van belang? Omdat het dikwijls gaat om onbegrepen gedrag dat ernstig lijden oplevert, voor de oudere zelf en de familie.

De casus
In de methodiek zijn voorbereiden, contact maken en de familie leren kennen belangrijke elementen, evenals informatie verstrekken over dementie, afspraken maken over de begeleiding en vooral ‘samen beslissen’.
Maar hoe zouden de deelnemers aan de werkplaats omgaan met de acute crisissituatie waarin de met Alzheimer gediagnosticeerde heer Ergün (75) zo agressief werd dat hij zijn dochter met een mes bedreigt? De dochter die al 10 jaar voor hem zorgt en met lede ogen heeft aangezien dat de situatie in toenemende mate verergerde. Zij durft haar moeder inmiddels niet meer alleen te laten bij haar vader uit angst dat hij haar mogelijk iets aan zou doen. Zij ziet geen andere uitweg dan verpleeghuisopname. Haar twee broers zijn daar faliekant op tegen. Zij zien niet wat haar vader allemaal doet en zegt tegen haar en haar moeder. In aanwezigheid van de broers is er nauwelijks sprake van agressie.
Tussen de deelnemers ontspon zich een levendig gesprek. Het merendeel opteerde hoewel met een zekere aarzeling toch voor een crisisopname, ondanks de eventuele negatieve zelfs traumatische gevolgen. Er moest een time-out worden georganiseerd om de levensbedreigende risico’s tegen te gaan. Misschien konden broers worden gebeld? In hun aanwezigheid kalmeerde vader immers? Voor het verstrekken van medicatie was niet veel animo, mogelijk een lichte dosis. Maar de zorgverlener zou dat zelf niet mogen verstrekken, dus dan diende de huisarts te worden gewaarschuwd. Van belang was ook de richtlijnen van de Wet Zorg & Dwang in ogenschouw te nemen op deze punten.
Vervolgens drong iedereen aan op een familiegesprek. Het was van belang dat de zorg kon aansluiten bij de belevingswereld van alle betrokkenen. Vaak was er sprake van onvoldoende informatie over de ziekte bij familieleden. Tegelijkertijd was het van belang uit te zoeken waar het agressieve gedrag vandaan kwam. Zou dagbesteding op de wat langere termijn verlichting kunnen brengen?
Een van de conclusies van de discussie was dat er een duidelijke discrepantie bestond tussen enerzijds de thuissituaties waarin onvoldoende kennis en inzicht was in de betekenis van dementie en anderzijds de instellingen die nog onvoldoende zijn ingespeeld op cliënten met een migratieachtergrond. Dat had tot gevolg dat familieleden soms in wanhoop 112 belde, waar mogelijk andere zorg een optie was geweest. Deze andere zorg zou dan wel inclusiever moeten worden waardoor er meer vertrouwen ontstaat en via het concept van ‘samen beslissen’ dergelijke crises in de toekomst werkelijk kunnen worden voorkomen.

  • Blijf op de hoogte!

  • Nieuwsbrieven

  • Back To Top