Een artikel uit Het Parool
De ouderenzorg in Amsterdam houdt nog te weinig rekening met ouderen met een migratieachtergrond, stellen Assia Nait Kassi en Pieter Hilhorst (collega) in dit opiniestuk. Zeker gezien de toekomstige samenstelling van de stad is het wat hen betreft tijd dat daar verandering in komt.
Gepubliceerd op 31 maart 2026
In 2050 heeft meer dan de helft van de Amsterdamse 65-plussers een migratieachtergrond. Daar bereiden we ons nog onvoldoende op voor. De overheid wil dat ouderen langer thuis wonen en heeft daarbij een modeloudere voor ogen: vitaal, goed geïnformeerd, taalvaardig en ver vooruitkijkend. Veel ouderen met een migratieachtergrond passen niet in dat plaatje.
Wie door de stad loopt, ziet hoe de eerste generaties migranten inmiddels zelf opa en oma zijn. Thuis wordt de zorg vaak in eigen kring georganiseerd: kinderen die meegaan naar het ziekenhuis, buren die maaltijden maken, familie die waakt. Dat is een stille kracht van de stad, maar ook een signaal dat de bestaande voorzieningen onvoldoende aansluiten op wat deze ouderen nodig hebben.
Zorgen over het ouder worden zijn niet voorbehouden aan ouderen met een migratieachtergrond. Een steile trap is gevaarlijk voor iedereen die slecht ter been raakt, en eenzaamheid is niet gebonden aan afkomst. Juist daarom is het verleidelijk om te zeggen: laten we geen onderscheid maken.
Vooruitplannen is niet vanzelfsprekend
Maar sommige verschillen zijn zó duidelijk dat we ze niet kunnen negeren zonder gevolgen. Veel oudere Amsterdammers met een migratieachtergrond ervaren al op relatief jonge leeftijd een slechte gezondheid. Ouderen van Turkse en Marokkaanse afkomst krijgen ook dementie, maar in verpleeghuizen komen ze veel minder dan ouderen zonder migratieachtergrond.
Tijdig verhuizen als je woning ongeschikt is om ouder in te worden is voor alle Amsterdammers lastig. Maar het is extra ingewikkeld als je de weg niet weet en geen idee hebt van de regelingen die tijdig verhuizen juist willen stimuleren. Voor veel ouderen met een migratieachtergrond heeft het leven in het teken gestaan van rondkomen, kinderen grootbrengen en improviseren. Vooruitplannen is dan minder vanzelfsprekend. Een verhuizing naar een passende seniorenwoning komt dan niet snel in beeld.
Een belangrijk verschil is ook de samenstelling van huishoudens. In veel gezinnen wonen volwassen kinderen bij hun ouders, vaak uit financiële noodzaak en/of omdat zij intensief zorg verlenen. Zo wonen in Amsterdam bijna zevenduizend kinderen met een migratieachtergrond nog bij hun ouders terwijl ze al dertigplus zijn.
Ogenschijnlijk eenvoudig
Dat levert veel op: dankzij deze mantelzorgers kunnen veel ouderen langer thuis blijven wonen en in hun vertrouwde omgeving blijven. Tegelijk maakt het inwonen het soms lastiger om te verhuizen naar een beter passende woning. Dat wordt zichtbaar in verhalen uit de praktijk. Een moeder vertelt: “Mijn zoon is zijn zicht verloren. Hij woont daarom bij mij en ik ben zijn mantelzorger. Maar voor Woningnet lijkt het alsof ik gewoon een volwassen kind in huis heb. Daardoor wordt het moeilijker om een woning te vinden waar hij mee naartoe kan.”
De vraag is wat we met deze kennis doen. Het gaat vooral om de uitnodiging om beleid beter te laten aansluiten op de werkelijkheid van de stad. Dat begint bij iets ogenschijnlijk eenvoudigs: eerder en toegankelijker in gesprek gaan met oudere Amsterdammers met een migratieachtergrond, in begrijpelijke taal en via vertrouwde plekken. Dat betekent in gesprek gaan in de buurt, via huisartsen, welzijnswerk en maatschappelijke organisaties die al veel met deze ouderen werken. Veel onzekerheid verdwijnt al als mensen weten wat er mogelijk is, welke regelingen er zijn en hoe ze daar gebruik van kunnen maken.
Daarnaast vraagt het om aandacht voor de positie van naasten die mantelzorg geven. Hun inzet is van grote waarde. Het is tijd dat die inzet ook wordt beloond. Bijvoorbeeld door te garanderen dat mantelzorgers die inwonen bij ouders die zorg nodig hebben, niet op straat komen te staan als hun ouders overlijden. Dat geeft rust en maakt het makkelijker om zorg vol te houden.
Vergrijzing heeft een kleur
Om goed ouder te worden, moet Amsterdam ruimte maken voor woonvormen waarbij ouderen ook steun kunnen vinden bij elkaar. Het gemeentebestuur zet vol in op Lang Leven Thuisflats, waar ouderen zelfstandig wonen, maar waar ook een gemeenschappelijke ruimte is. Maak die inclusief, zodat ook ouderen met migratieachtergrond zich welkom voelen.
En geef daarnaast ruim baan aan woongemeenschappen waarin ouderen wonen met een gedeelde etnische of culturele achtergrond. Daar zijn al goede voorbeelden van, zoals een woongemeenschap voor ouderen met een Iraanse achtergrond, en een recent geopende woongemeenschap voor Amsterdammers met Afrikaanse wortels.
De vergrijzing in Amsterdam heeft een kleur. Door nu al beter te luisteren naar de ervaringen en wensen van deze ouderen en hun families, kunnen we voorkomen dat verschillen in gezondheid en woonsituatie uitgroeien tot een nieuwe ongelijkheid. En belangrijker nog: we kunnen ervoor zorgen dat iedereen die in deze stad oud wordt, mag rekenen op iets heel eenvoudigs, maar wezenlijks: een plek onder de zon.
Dit is een ingezonden bijdrage
Dit artikel is een ingezonden bijdrage, geschreven door Assia Nait Kassi en Pieter Hilhorst. Zij zijn onderzoekers bij het Ben Sajet Centrum en auteurs van het rapport: Een plek onder de zon. Hoe Amsterdamse ouderen met een migratieachtergrond willen wonen en zorgen. Hilhorst is ook oud-wethouder in Amsterdam namens PvdA.
Opiniestukken worden door lezers ingezonden en vertegenwoordigen niet het standpunt van de Paroolredactie. Iedereen kan opiniestukken inzenden. Lees hier hoe dat werkt.



